
Tunnelwet Westerschelde
Artikel 3
1
Bij regeling van Onze Minister wordt aan de wegen door de tunnel en aan de aansluitende wegen de bestemming van openbare weg gegeven, alsmede de datum bepaald met ingang waarvan die wegen openbaar zijn.
2
Met ingang van de datum, bedoeld in het eerste lid, is de NV onderhoudsplichtige van die wegen.
3
Met ingang van de datum, bedoeld in het eerste lid, berust bij het Rijk het toezicht op het in goede staat verkeren van die wegen.
4
Waar in de Wegenverkeerswet 1994 en de daarop berustende bepalingen voor wegen onder beheer van het Rijk de minister van Verkeer en Waterstaat als bevoegd gezag wordt aangewezen, is in afwijking daarvan voor de wegen, bedoeld in het eerste lid, het college van gedeputeerde staten bevoegd, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat dit lid vervalt.
5
De bevoegdheid krachtens artikel 38 van de Waterstaatswet 1900 tot het geven van bevelen tot de uitvoering van noodzakelijke waterstaatswerken en voorzieningen komt wat de Westerscheldetunnel, de wegen door de tunnel en de aansluitende wegen betreft toe aan Onze Minister.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.